Daar zat ik dan

In dit prachtverslag beschrijft Danny openhartig wat hem is overkomen en zijn ervaring met mijn haptonomie praktijk.

Daar zat ik dan, op mijn bank. Thuis in mijn vertrouwde omgeving. Maar het voelde desondanks niet goed. Het zweet gutste over mijn rug. Mijn ademhaling was kort en hevig. Mijn hart bonsde zo hard dat ik het in mijn aderen voelde kloppen. Ik was de controle over mijzelf volledig kwijt. Ik voelde mezelf steeds verder wegzakken in mijn eigen bank. Met de benen in de lucht, eerst door de bank en vervolgens door de vloer. Dieper en dieper zakte ik weg. Wat ik ook deed; ik kreeg het niet voor elkaar om mezelf omhoog te trekken. Mijn vertrouwde omgeving, mijn bank…. Het verdween uit mijn zicht…
“Je staat met één been in een stevige burn-out, neem gas terug,” sprak de huisarts mij een uur daarvoor waarschuwend toe. Zijn ogen keken mij indringend aan. Ik….ik een burn-out? Ik staarde wezenloos voor mij uit. Ik, die altijd stevig in zijn schoenen stond. Rots in de branding voor velen. Een baken van rust. Ik had altijd en voor iedereen een goed advies paraat. Ik dacht in oplossingen, niet in problemen. Maar een aantal opeenvolgende, en vooral zeer diep ingrijpende ‘life events’ hadden zelfs mij aan het wankelen gebracht.

Achteraf geef ik toe dat ik mij al een tijdje niet meer ‘senang’ voelde. Het plezier in mijn werk, dat ik jarenlang met zoveel passie deed, verdween steeds meer. Ik zocht excuses om onder mijn werk uit te komen. Ik zocht in plaats daarvan liever de stilte in huis op. Ik stelde belangrijke zaken uit, drukte mijn emoties diep weg. Mijn zelfvertrouwen nam zienderogen af. Naar de buitenwereld toe toonde ik mijn emoties niet, maar ’s avonds bloedde mijn hart omdat de wonden niet heelden. Mijn hart lekte leeg. Ik zei ook vaak tegen mezelf dat ‘het zo niet langer kon’. Toch liep ik om de problemen heen. Totdat de finale genadeklap volgde. In de eerste dagen van januari 2017 overleed mijn lieve moeder plotseling. Nog maar 66 jaar jong. Mijn allerbeste vriendin en al meer dan veertig jaar mijn steun en toeverlaat was er opeens niet meer. Die klap velde mij. Ik kon mezelf geen antwoorden meer geven. Kon ook niet meer in oplossingen denken. Mijn lichaam raakte daarna in korte tijd flink van slag. Nachten werden dagen en dagen werden nachten. Mijn hele systeem lag overhoop. De boom viel om….
Ik heb nooit wat. Ter illustratie: de laatste keer dat ik mijn huisarts had geconsulteerd was bijna acht jaar geleden. Ik had enorme pijn in mijn onderrug. Vijf minuten na de diagnose, scheefstand in het bekkengewricht, stond ik weer buiten met in mijn hand een verwijzing naar de fysiotherapeut. Zes weken later was het ongemak verdwenen.
De reden van mijn eerste bezoek na de rugklachten, acht jaar geleden dus, was dit maal wezenlijk anders. Nu zat de pijn letterlijk en figuurlijk overal. Ik had mijn grenzen bereikt luidde mijn zelfdiagnose. Nee, reageerde de arts resoluut; “je hebt jouw grenzen overschreden. Na zijn langdurige aankijk sessie adviseerde hij mij met klem om onmiddellijk in te grijpen. Voorlopig stoppen met werken, maar vooral ook om iemand te zoeken met wie ik kon praten. “Je moet tot rust komen, herstellen Danny.” Ik reageerde niet. Keek zoals gezegd versuft voor mij uit. Hij deed nog wat suggesties, maar zijn weg is niet mijn weg. Ik dacht namelijk meteen aan Marcel, die ik al kende. We spraken elkaar wel eens en de natuurlijke rust die hij uitstraalt viel mij daarbij altijd op.
De dagen na het gesprek met de arts gebruikte ik om alles eens goed te laten bezinken. Vooral het besef dat er nu écht iets moest gebeuren liet mij niet los. Ik belde Marcel en vroeg hem om hulp…. “Ik ben door mijn hoeven gezakt en kom niet meer overeind.”
Een paar weken later zat ik er voor het eerst. Met zijn kenmerkende olijke blik in de ogen ontving hij mij in zijn praktijk. We kletsten wat en dronken een kop koffie. Ik nam de omgeving in alle rust op. In mijn herinnering was ik een uur aan het woord. En al die tijd zei hij niks. Hij observeerde. Nam ieder woord dat ik sprak tot zich. Iedere beweging die ik maakte sloeg hij op. Stiltes onderbrak hij niet. Zijn natuurlijke, rustgevende uitstraling maakte van die momenten geen ongemakkelijke ogenblikken.
Marcel stelde na mijn betoog vragen. Ging dieper in op de life events die mij hadden gesloopt. Wilde weten hoe ik in bepaalde situaties reageerde. Vroeg naar fysieke ongemakken. Marcel wilde mij beter leren kennen en ik, die zich nooit laat kennen, stond het toe. Vanzelf….
In de periode die daarop volgde hadden wij meerdere sessies. Urenlang voerden wij indringende gesprekken, vaak afgewisseld met haptonomische oefeningen die ik uit buiten de praktijk moest uitvoeren. Ik herstelde langzaam. De rust en balans in eerst mijn geest en daarna mijn lichaam herstelde stapje voor stapje. Er kwam ordening in mijn hoofd. Alsof een rommelige boekenkast opgeruimd wordt en alle boeken netjes gesorteerd teruggezet zijn. De oefeningen die ik van Marcel kreeg wierpen hun vruchten af. Als ik zwakke tijden beleefde, dan kon ik teruggrijpen op de exercities die we hadden gedaan. Ze zaten als post-it papiertjes op mijn brein geplakt.
Onlangs sprak ik, informeel, met mijn huisarts omdat ik hem ergens tegenkwam. “Je ziet er goed uit Danny.” Boeiende opmerking van een arts, dus vroeg ik wat hij dan zag. “Ik zie het aan je uitstraling. Zo ken ik je van jaren geleden.” Ik legde hem uit welke maatregelen ik had genomen na zijn duidelijke boodschap, ruim een jaar geleden. Dat ik nooit meer bij hem terug was geweest snapte hij. “Eén keer in de acht jaar is voldoende hé?” We lachten.
Daar zit ik dan, op mijn bank. Thuis, in mijn vertrouwde omgeving. Rechtop, met de benen stevig op de vloer.

www.haptonomie-en-meer.nl